Gustaaf Dehaese
Moerkerksesteenweg 447, Sint-Kruis
Gustaaf Dehaese werd geboren op 24 maart 1912 en woonde in de Moerkerkse Steenweg 447 (oud nummer 429) in Sint-Kruis. Hij woonde bij zijn ouders, Florentius Dehaese (geboren in Lo in 1876, ‘werkman’) en Alida Sinnaeve (geboren in Ichtegem in 1880 ‘huishoudster’ en ‘winkelierster’). Hij had zes broers en één zus, waarvan twee kort na de geboorte stierven. In documenten wordt als beroep van Gustaaf vermeld ‘koorndrager’ en ‘timmerman’. Hij was niet gehuwd.
De Nationale Partij
Gustaaf Dehaese was tijdens de achttiendaagse veldtocht soldaat. Wellicht kende hij uit die legertijd enkele mannen die deel uitmaakten van de Nationale Partij. Die beweging ontstond in de zomer van 1940 in de streek van Brugge, op initiatief van een zekere Emmery. De groep opereerde aanvankelijk niet als een verzetsgroep, maar als een politieke beweging, met leden, lidkaarten en semi-openbare bijeenkomsten. De groep was Leopoldistisch, Belgisch-nationalistisch en anti-Duits. Ze bestond uit mensen die niet wilden berusten in de nederlaag van mei 1940 en rond de persoon van koning Leopold een nationale wedergeboorte nastreefden.
Aanvankelijk werden de activiteiten van de Nationale Partij getolereerd door de Duitsers. De beweging had evenwel een Belgisch-nationalistisch programma en wou zich niet schikken naar de plannen van de Duitse bezetter. De Nationale Partij werd op 31 oktober 1940 verboden, waarna de groep haar activiteiten clandestien verderzette. Langzaam schoof de groep op van een politieke beweging naar een verzetsbeweging. Het hoogtepunt van de activiteiten van de groep was een Belgische manifestatie, aan de vooravond van 21 juli 1941. Jonge sympathisanten namen het in straatgevechten op en rond de markt van Brugge op tegen de Zwarte Brigade, de militie van het VNV (Het Vlaams Nationaal Verbond, een collaborerende partij). Daarmee liep de Nationale Partij flink in de kijker.
Verklikt door Prosper De Zitter
Ondertussen had de beruchte verklikker Prosper De Zitter, samen met zijn minnares Florentine Giralt, de Nationale Partij geïnfiltreerd. De Zitter, geboren in Passendale in 1893, was na een veroordeling wegens verkrachting naar Canada gevlucht. In 1938 keerde hij terug naar België. Bij het begin van de bezetting sloot hij zich aan bij de Duitse contraspionage (SIPO-SD). Dankzij zijn perfecte beheersing van het Engels slaagde hij er herhaaldelijk in om zich voor te doen als een Britse agent en zo in verzetsgroepen te infiltreren. Samen met zijn vriendin Florentine Giralt verklikte hij uiteindelijk 12.000 verzetslieden.
Om hun infiltrant niet te ontmaskeren maakten de Duitsers gebruik van de commotie rond de relletjes van 21 juli om eerst acht mensen op te pakken en later, op 26 juli 1941, ook de leiders van de Nationale Partij. Baron Xavier della Faille en twee anderen werden veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf. Op 14 september werden zij vrijgelaten, maar op 26 januari 1942 opnieuw gearresteerd. De vader van een van de jonge arrestanten had zich beklaagd bij generaal von Falkenhausen, de bevelhebber van het Duitse militaire bestuur in België en Noord-Frankrijk, over het feit dat de leiders van de Nationale Partij waren vrijgelaten, terwijl zijn zoon nog vastzat. Uiteindelijk pakten de Duitsers de leiders opnieuw op, gevolgd door tientallen andere leden van de Nationale Partij. In totaal zouden 26 leden van de NP de Duitse terreur niet overleven. De leden die aan de arrestatiegolf wisten te ontsnappen, vormden vaak de kern van nieuwe verzetsbewegingen in de Brugse regio. In die zin kan de Nationale Partij worden beschouwd als de bakermat van vele andere verzetsgroepen in de streek.
De zending ‘Williams’
Meerdere mensen uit de Nationale Partij getuigen na de oorlog dat Gustaaf Dehaese lid was van de beweging sinds voorjaar 1941. Harry Lowyck, Hector Geers en Raymond Simoens zeiden ook Dehaese gekend te hebben in de gevangenis en kampen te Sint-Gillis (Brussel), Bochum, Wuppertal en Lüttringhausen. Leon Derous getuigt dat hij het was die Gustaaf Dehaese lid gemaakt had in april 1941, samen met zijn vrienden Karel (Charles) Baert en Jerome Lamote. Een andere leider van de NP, Norbert Cortoys, zette op papier dat Dehaese in opdracht van de NP, en meer bepaald de ‘SRA Williams’ (een zogenaamde SRA of ‘Service de Renseignements de d’Action’, een inlichtingennetwerk), in dienst was getreden van Duitse organisaties om zo inlichtingen in te winnen en door te geven aan de geallieerden.
‘Williams’ was de codenaam van een zending onder leiding van Emmanuel Hobben, een Belgische inlichtingenagent die door de Engels SIS (Secret Intelligence Service, beter bekend onder de naam, een Britse buitenlandse inlichtingendienst) was opgeleid. Hobben was tijdens de eerste wereldoorlog gedetacheerd bij de Britten als vertaler voor de Belgische inlichtingendiensten en vluchtte na de achttiendaagse veldtocht naar Engeland. Daar werd hij gerekruteerd door de SIS. Zij dropten Hobben op 11 januari 1941, vroeg ‘s morgens, in de buurt van Andenne. Hij had een radiozender, 250.000 frank en een revolver bij zich. Diezelfde avond nog klopte Hobben aan bij de bekenden van hem in Antwerpen en begon bij aan de uitbouw van zijn netwerk. Hij legde contacten met mensen die actief waren in de haven van Antwerpen en probeerde zijn radio aan de praat te krijgen. Toen dat niet lukte, verhuisde hij zijn zender naar Sint-Kruis, in de veronderstelling dat hij daar beter verbinding kon krijgen omdat hij wat dichter bij Engeland zat. Hij verbleef in Brugge bij Ludovica Van den Broeck en legde contact met een vijftal mensen uit de Nationale Partij, die hem militaire inlichtingen over de kuststreek bezorgden. Maar omdat de radio bleef haperen, keerde Hobben terug naar Antwerpen en zocht hij technische hulp. Samen met radiotechnicus Fernand Bayet kregen ze de radio uiteindelijk aan de praat en kon hij op 9 februari 1941 voor het eerst contact leggen met Londen. Ze stellen de radio op in het centrum van Antwerpen, in een appartement van rijkswachter Gaston Sody, en van daaruit zonden ze meerdere keren per week uit, tot 22 april 1942. In de Engelse archieven is te lezen dat ze een dertigtal berichten naar Londen stuurden en dat de waarde van de inlichtingen goed was: ‘considerable information’.
De Duitsers spoorden dit soort radio-uitzendingen actief op via een gespecialiseerde dienst, de ‘Funkabwehr des Oberkommandos der Wehrmacht’. Zij waren de uitzendingen vanuit het appartement in het Antwerpse stadscentrum op het spoor vanaf half maart 1941. Op 22 april vielen ze het appartement binnen, arresteerden ze alle aanwezigen en vonden ze er wapens, zendapparatuur, geld en heel wat papieren. Ze zetten er ook een zogenaamde ”muizenval” op: iedereen die langskwam in het appartement in de dagen na 22 april werd gearresteerd. In totaal werden 26 mensen gearresteerd. Op 26 juli 1942 ging een proces van start in Charlottenburg bij Berlijn. Tien mensen, waaronder Emmanuel Hobben, werden ter dood veroordeeld en geëxecuteerd, op 11 november 1942. Van de groep van 26 arrestanten overleefden slechts zeven de oorlog.
In opdracht van de NP en RSA Williams naar de NSKK?
Na de oorlog onderzocht de krijgsauditeur een klacht tegen Gustaaf Dehaese, wegens lidmaatschap van onder meer de NSKK en wegens een beschuldiging van verklikking van zijn twee vrienden, Karel Baert en Jerome Lamote. Het is een feit dat Gustaaf Dehaese in het voorjaar van 1941, dus ten tijde van de contacten tussen de NP en de zending ‘Williams’, lid werd van het VNV en de DMZB, en dat hij als chauffeur aan de slag ging bij de NSKK. Het VNV (Vlaams Nationaal Verbond) was de belangrijkste collaboratie beweging in Vlaanderen, die onder meer het lokale bestuur overnam. Het VNV had de leiding over de DM-ZB (Dietsche-Militie – Zwarte Brigade), een paramilitaire organisatie die voortkwam uit de fusie van soortgelijke organisaties van het VNV zelf, Rex-Vlaanderen en het Verdinaso. Sommigen zagen in de DM-ZB de voorloper van een Vlaams leger of een Vlaamse rijkswacht. Het VNV maakte van de DM-ZB een verlengstuk van haar politieke ambitie, wat de Duitsers echter dwarsboomden: de militie werd verankerd in de Duitse Wehrmacht en in juli 1944 moesten de leden de eed op Hitler afleggen. De leden droegen een zwart uniform en waren op die manier gemakkelijk herkenbaar voor iedereen en maakten zichzelf zo tot een heel zichtbaar mikpunt voor repressie na de oorlog. Ook Gustaaf Dehaese droeg het zwarte uniform van de DM-ZB en stond daardoor bij veel mensen bekend als Duitsgezind. Het NSKK (Nationalsozialistisches Kraftfahrkorps) was een hulpkorps dat zorgde voor militair transport, eerst in Frankrijk en België, later ook in de Sovjet-Unie. Het VNV wierf vrijwilligers voor het NSKK, waarbij lidmaatschap van het VNV verplicht was om lid te kunnen worden van de NSKK. De eerste vrijwilligers werden gelokt met een heel goed loon en extra rantsoenbonnen voor de familie. De Duitsers beloofden hen enkel in te zetten in België en Frankrijk en om de voedselbevoorrading van België te verzekeren. Die belofte werd echter meteen verbroken: de Vlaamse NSKK’ers werden ingezet voor militaire transporten in Duitsland en na de inval in Sovjet-Unie zelfs aan het Russische front. Uiteindelijk werden de NSKK’ers zelfs bewapend en ingezet in de strijd tegen Partizanen achter het front. Na de oorlog werden de NSKK’ers vervolgd wegens wapendracht tegen België.
Arrestatie
De moeder van Karel Baert verdacht Gustaaf Dehaese ervan haar zoon en zijn vriend Jerome Lamote aan de Duitsers te hebben verraden. De drie vrienden kwamen regelmatig samen op café en op een moment ontstond er ruzie tussen de drie vrienden. Kort daarna, op 26 januari 1942, werd Jerome Lamote aangehouden en een dag later ook Karel Baert. Na de aanhoudingen hebben de moeder van Karel Baert en Gustaaf Dehaese elkaar nog minstens twee keer gezien, waarbij het telkens tot woordenwisselingen kwam. Gustaaf Dehaese zou tweemaal gezegd hebben “als ge niet gaat zwijgen, zult ge weldra zitten waar uw zoon nu zit”. Dat interpreteerde moeder Baert als een bedreiging en een bewijs dat Dehaese zijn vrienden had verklikt. Maar je kan het net zo goed zien als de vraag om discreet te zijn en hem niet bij de zaak te betrekken.
Kort daarna, op 14 februari 1942, werd ook Gustaaf Dehaese gearresteerd. De Duitsers hadden door de infiltratie van De Zitter de ledenlijst van de NP te pakken gekregen. Op die lijst stond dus ook de naam van Gustaaf Dehaese. En een confrontatie met moeder Baert gaf de Duitsers zekerheid. Gustaaf begreep dat hij verraden was, ging in het weekend naar huis en kwam niet meer terug naar NSKK.
De Brugse politie meldde na de oorlog dat de vordering van de krijgsauditeur verviel omdat de verdachte overleden was.
Drie jaar in Duitse gevangenschap
Op 14 februari 1942 werd Gustaaf Dehaese gearresteerd toen hij afstapte van de tram, aan de Doornhut in Sint-Kruis. Hij kwam in de handen terecht van de ‘GFP 530’, een onderdeel van de Geheime Feldpolizei dat zich specialiseerde in de strijd tegen de inlichtingendiensten en de ontsnappingslijnen van het verzet. Verdachten werden opgesloten in de gevangenis van Sint-Gillis of in de speciale gevangenis van de Abwehr. Om ze te ondervragen kwamen agenten van de GFP 530 hen ‘s ochtends vroeg ophalen en namen hen mee naar de lokalen in de Dwarsstraat (Sint-Joost-ten-Node). Het duurde niet lang voor sommige agenten specialisten werden in martelmethodes voor gevangenen die niet meewerkten.
Na zijn arrestatie hoorde de familie niets meer van Gustaaf. Hij werd samen met de andere beschuldigden van de Nationale Partij voor het ‘Sondergericht’ gebracht in Essen en op 11 mei 1943 veroordeeld. Het ‘Sondergericht’ was een speciale rechtbank, waar tegenstanders van het regime snel en genadeloos werden vervolgd. Het is niet bekend of en zo ja tot welke straf Dehaese werd veroordeeld. Maar dat maakt eigenlijk niet uit: alle betrokkenen, of ze nu veroordeeld waren of niet, werden als ‘Nacht und Nebel-gevangenen’ afgevoerd naar de concentratiekampen.
De data op verschillende documenten zijn niet altijd dezelfde, maar Gustaaf volgde deze weg door de Duitse gevangenissen en kampen: de gevangenis van Brugge, van 14 tot 17 februari 1942, Sint-Gillis (Brussel) van 18 februari tot 6 augustus 1942, Bochum van 12 augustus tot in maart 1943, Wuppertal van maart tot juni 1943, Lüttringhausen van juni 1943 tot een onbekende datum, Essen vanaf 29 september 1943, vanaf 7 juni 1944 verbleef hij in Natzweiler. Van daaruit vertrok op 31 augustus een zogenaamde ‘dodenmars’ naar Dachau, waar hij op 4 september aankwam. Hij werd doorgestuurd naar het nevenkamp München-Allach, waar hij tot 2 januari 1945 dwangarbeid verrichtte. Het kamp in de Münchense buitenwijk Allach was het grootste zogenaamde buitenkamp van Dachau, waar tussen februari 1943 en april 1945 meer dan 10.000 gevangenen aan het werk werden gezet in de werkplaatsen van BMW waar vliegtuigmotoren werden gemaakt. Hij werd opgenomen in de ziekenboeg van het kamp en overleed 8 januari 1945 (officieel op 10 januari), aan ontbering en tyfus.
Geen erkenning na de oorlog
Na de oorlog vragen zijn ouders om de erkenning van Gustaaf Dehaese als weerstander aan. Dat wordt in beroep geweigerd, ondanks de verklaringen ten gunste van Gustaaf door medestanders uit de NP. Dat hij lid was van de NP staat buiten kijf, maar dat hij op de uitdrukkelijke vraag van de NP zou zijn toegetreden tot de NSKK in de herfst van 1941 om inlichtingen te verzamelen en ook effectief inlichtingen heeft doorgegeven, achtte men niet aangetoond. Op basis van het lidmaatschap van de NSKK, VNV en DM-ZB weigerde men Gustaaf Dehaese te erkennen als weerstander.
bronnen:
- dossier Gustaaf Dehaese, Cegesoma
- Marie-Pierre d’Udekem d’Acoz, Voor Koning en Vaderland. De Belgische adel in het Verzet, Tielt, Lannoo, 2003, pp. 274-277.
- artikel website Cegesoma
https://www.belgiumwwii.be/nl/belgie-in-oorlog/artikels/proces-van-de-gfp-530-het.html
https://www.belgiumwwii.be/nl/belgie-in-oorlog/artikels/nationale-partij-de.html - Gabriël Verbeke, “De gewetenloze spion. Prosper Dezitter, De Nr. 1 van de Duitse contraspionage 1940-1944”, (De Klaproos, Koksijde, 1998): 79-87
- Fernand Strubbe, ‘Geheime Oorlog 40/45’
- Luc Schepens, Brugge bezet 1914-1918 1940-1944
- Nico Wouters, Frank Seberechts (red), Stad in Verzet. Antwerpen tijdens de tweede wereldoorlog. Lannoo, Tielt, 2024